Een meisje uit mijn tennisgroep heeft mijn droomhaar: zwart, immens lang en met een tikkeltje slag. Ze draagt het tijdens het sporten meestal in een lange staart, zodat het niet voor haar ogen valt. Als ze tennist zwiept die lange staart door haar bewegingen van links naar rechts. Heel naturel, omdat het is zo lang is natuurlijk. Ik probeer het vaak na te bootsen, omdat ik er eigenlijk een beetje jaloers op ben. Krampachtig zwaai ik dan mijn hoofd heen en weer, in de hoop dat mijn haar ook die natuurlijke swing krijgt. Nu ik erover nadenk, dat mijn tennismaten nooit vragen of ik een spastische tik met mijn hoofd heb verbaast me.
- Afgelopen training droeg ze een vlecht. Vlechten zijn van die haardrachten waarbij je negen van de tien keer denkt: nee, net niet. Maar bij haar denk je dan weer: ja, precies wel. Zonder speldjes en klipjes en ondanks haar wilde tennisbewegingen bleef de vlecht perfect in model zitten, iets wat ik van mijn leven niet voor elkaar krijg. Als ik een vlecht maak in mijn haar heb ik om te beginnen al 100 klipjes nodig om te zorgen dat de plukken er niet uitvliegen. Als ik het resultaat dan eindelijk naar wens heb gekregen, kan ik mijn hoofd praktisch niet bewegen wil ik de vlecht in stand houden. Niet ideaal.
- Kijk, het zit zo. Ik kreeg in december het niet onaardige idee om naar de kapper te gaan. Daar liet ik vol verwachting een schuine-pony-achtig-geval knippen. Je weet wel, zoals de meiden in The Hills hun pony ook altijd heel elegant schuin hebben hangen, zo wilde ik het ook. Jammer dat de kapster die mijn haar knipte niet zo bekwaam was als ik hoopte en mijn haar fataal ruïneerde. Eenmaal thuisgekomen kreeg ik het briljante idee om de pony naar eigen inzicht te perfectioneren. Toen zat het inderdaad erg leuk. Voor één hele dag. De volgende ochtend moest ik helaas constateren dat ik voor de rest van mijn leven – of in ieder geval de komende jaren – een mislukte pony had. Ik moest met klipjes gaan werken om dat verdomde ding te maskeren. En dat nu al een half jaar lang, don’t you feel sorry for me?
- Terug naar mijn droomhaar. Vroeger al, toen ik een jaar of vier was, wilde ik zwart haar hebben. Als ik met Barbies speelde wilde ik ook altijd per se de Barbie met het zwarte haar hebben. En ik wilde liever Esmeralda van de Klokkenluider van de Notre Dame zijn dan – laten we eens wat Disney-kennis naar boven halen – Doornroosje of Assepoester. Ik ben zelfs ooit met carnaval als Esmeralda verkleed gegaan, mijn moeder had een prachtige paarse rok genaaid en uiteraard had ik mijn haar zwart gespoten. Hoe spijtig dat die verf maar één dag bleef zitten.
- We hadden ooit een getinte schoonmaakster met zwart haar, Na. Al onze voormalige schoonmaaksters vond ik lelijk, we hadden dikke Jannie die altijd zandkoekjes bij haar koffie nam en Spaanse Jolanda waarvan ik me alleen nog maar herinner dat ze eens een hele parmaham aan ons gaf. Maar tegen Na keek ik op. In mijn verbeelding was Na zelfs een bloedmooie vrouw. Als ik haar nu nog eens zou ontmoeten zou ik die mening vast en zeker wat nuanceren, maar dat ter zijde. Ik wilde Na´s haar, en Na wilde blond zijn, dus maakten we de afspraak om te ruilen van haarkleur. Als dat toch eens zou kunnen.
- Na had een dochter, Kim, een meisje met eveneens zwart haar die een jaar of twee ouder was dan ik. Ik ging bij Kim logeren en we besloten een video te kijken, Kim stelde The Titanic voor. Ik wist dat ik die film eigenlijk nog niet mocht zien van mijn ouders, maar maakte wijs van de gelegenheid gebruik, dus stopten we die beroemde Oscarwinnende film in de videorecorder.
‘Gaat Rose dood?’ vroeg ik midden in de film in spanning.
‘Nee hoor!’ zei Kim opgelaten.
‘Gaat Jack dood?’ wilde ik nu weten.
‘Dat moet je maar afwachten.’
Jammer dat ik toen het antwoord al wist.
- We, mijn broertje en ik, mochten met Na en Kim en haar broer mee naar een feest. Een feest met allemaal Vietnamese mensen met zwart haar. Mooie mensen, vond ik op mijn zesde. Mijn broertje Kasper ging als piepklein ventje handje drukken met ‘de oude jongens’. Ik was apetrots toen mijn eigen broertje die grote kerels versloeg. Er moest minstens tien jaar leeftijdsverschil tussen zitten, wat was mijn broertje toch sterk. ‘Mama, mama, Kasper won met handje drukken van jongens van achttien!’. Pas nu ik zelf achttien ben besef ik dat ze hem gewoon lieten winnen. Weg mooie illusie van het onmenselijk sterke broertje.
- Maar Na vertrok op een gegeven moment uit beeld en daarmee haar dochter en mijn vriendinnetje Kim. In ieder geval hoefde ik niet meer jaloers te zijn op hun haarkleur. Die rol heeft dat meisje uit mijn tennisgroep inmiddels op zich genomen. Begerig werp ik er elke training toch weer een blik op. Het ironische van het leven is alleen dat we altijd willen wat we zelf niet hebben. Als ik zwart haar had, zou ik waarschijnlijk naar mijn eigen donkerblonde haar verlangen. Het is ook nooit goed.
vrijdag 22 mei 2009
maandag 18 mei 2009
Mijn afscheid
Uit het oog uit het hart,
dat is wat ze zeggen,
ik wacht geduldig af.
Vreemde verslaving, vreemde verslaving.
Ik sluit mijn ogen en probeer je kwijt te raken,
maar als ik ze open zit je er nog steeds,
in mijn hoofd.
Ik tel schoolkinderen die er niet zijn,
door jou.
Ik doe lichten aan en uit,
neurotisch door jou.
Ik praat tegen elektronica,
alhoewel ik dat misschien al deed.
Wat ik eigenlijk wil zeggen;
je hebt me precies waar je me niet wil.
Wie weet lees je dit wel, op een dag.
Dan zul je in het geheim beseffen,
dat jij de jij bent.
Want we weten allebei,
dat je zogenaamde naïviteit toch maar zogenaamd was.
Als je gelukkig bent wil ik dat niet weten.
Als je een vriendinnetje hebt wil ik dat niet weten.
Zelfs als je aan me denkt wil ik dat niet weten,
of misschien stiekem wel.
Het doet er niet toe want,
dit is mijn afscheid.
dat is wat ze zeggen,
ik wacht geduldig af.
Vreemde verslaving, vreemde verslaving.
Ik sluit mijn ogen en probeer je kwijt te raken,
maar als ik ze open zit je er nog steeds,
in mijn hoofd.
Ik tel schoolkinderen die er niet zijn,
door jou.
Ik doe lichten aan en uit,
neurotisch door jou.
Ik praat tegen elektronica,
alhoewel ik dat misschien al deed.
Wat ik eigenlijk wil zeggen;
je hebt me precies waar je me niet wil.
Wie weet lees je dit wel, op een dag.
Dan zul je in het geheim beseffen,
dat jij de jij bent.
Want we weten allebei,
dat je zogenaamde naïviteit toch maar zogenaamd was.
Als je gelukkig bent wil ik dat niet weten.
Als je een vriendinnetje hebt wil ik dat niet weten.
Zelfs als je aan me denkt wil ik dat niet weten,
of misschien stiekem wel.
Het doet er niet toe want,
dit is mijn afscheid.
zaterdag 9 mei 2009
De zaterdagochtend met Marte, 538 en Nickelodeon
Je kent het wel, je ligt in je bed en denkt: ‘fuck, ik heb te veel gedronken’. Je stuit dan op een duivels dilemma. Je wil namelijk gaan slapen, maar als je je ogen dichtdoet heb je het gevoel alsof je in de naarste kermisattractie die bestaat bent geduwd. De misselijkheid dwingt je om je ogen weer te openen, maar dat bevordert het in slaap vallen dan weer wat minder. En zo gaat het in principe door, tot de misselijkheid een beetje afzwakt (kwestie van tijd of overgeven). Gisteren koos mijn lichaam gelukkig voor optie één, van overgeven zou ik niet bepaald vrolijk worden.
- Het uitstelexcuus ‘de kater komt later’ is een pijnlijk ware uitdrukking voor mij. Ik heb namelijk altijd een kater. Er bestaan mensen die nooit hoofdpijn hebben of misselijk zijn the day after, hoeveel ze ook gedronken hebben. Helaas hoor ik niet bij die gelukkige personen en zou ik hen dan ook het liefst in een vuurkorf willen gooien. Ik heb altijd een kater, en daar is de kous mee af.
- De enige echt goede remedie tegen een kater is zorgen dat je zo lang mogelijk slaapt. I feel sorry for people who don't drink. When they wake up in the morning that's as good as they're gonna feel all day zei Frank Sinatra, en je moet toegeven dat daar een grote kern van waarheid inzit. Jammer dat dit hele feest niet door kon gaan vanochtend, omdat ik was vergeten mijn wekker uit te schakelen. Laat me je zeggen dat ik serieus in staat was de man met de hamer een handje te helpen om mezelf te straffen voor deze domme actie. Toen ik opstond om die vervelende telefoonuit het raam te smijten uit te zetten, bleek echter dat de man met de hamer zijn werk prima zonder mijn hulp gedaan had. Sterf.
- Gelukkig viel ik binnen no time weer in slaap en was de volgende verstoring pas vier uur later, om half 12. De huistelefoon ging, en omdat er niemand thuis was vermoedde ik dat het mijn moeder kon zijn. Ik strompelde mijn bed uit (om helaas te constateren dat die kater dus nog niet helemaal was verdwenen, en dat is een understatement) en nam de telefoon ietwat chagrijnig op.
‘Met Marte.’
‘Hallo je spreekt met Josien, zou ik je een paar korte vraagjes mogen stellen voor een onderzoekje over de radio?’
‘Vooruit.’
‘Luister je wel eens naar de radio?’
‘Zelden.’
‘O. Welke radiozender het meest?’
‘Geen idee, waar er geen reclame is.’
‘Echt geen idee welke zender dat is?’
‘Nou ja, ik luister wel eens radio voor het uitgaan, dus naar 538 of zo?’
- Het stemgeluid van het meisje veranderde in een oogopslag in een tevreden stemmetje: ‘Dit is een onderzoek van 538. Ik laat je nu wat korte muziekfragmenten horen, zou je die willen beoordelen met een cijfer van 1 tot 10?’
Zucht. ‘Vooruit.’
- En daar ging ze. Een ‘paar korte’ muziekfragmenten, ammehoela! Ik ben wel tien minuten bezig geweest met dat mens. Ze liet me vooral saaie housefragmenten horen die ik allemaal koppig heb beoordeeld met een 5. Het klinkt voor mij toch allemaal hetzelfde. Het is wel leuk hoor, voor tijdens het uitgaan, maar verder ga ik er in mijn vrije tijd ook echt niet naar luisteren, laat staan het verschil tussen al die genres analyseren. Twee nummers heb ik een 8 gegeven; Fuck You van Lily Allen en Sweet Goodbyes van Krezip. Dat zijn nou eenmaal leuke nummers die ik allebei in mijn iTunes heb staan, en daarom een significant hoger cijfer dan een 5 verdienden. Maar de rest was simpelweg crap en dat mocht dat wijfie best weten.
- Na dit telefoongesprek met toegevoegde waarde aan mijn leven (niet) besloot ik mezelf te dwingen een broodje te eten zodat ik niet zou sterven tijdens het werk. Ik probeerde mijn broodje open te snijden, maar stak dat mes per ongeluk VOL in mijn linkerhand. En nee, ik automutileer niet en ik ben ook geen emo. Het was gewoon een vrij dom ongelukje.
- De klok toonde me de tijd kwart voor 12. Ik kon nog net drie kwartier lekker ouderwets ongestoord Fairly Odd Parents op Nickelodeon kijken vanuit mijn bed, zo net voor het werk. Omdat er op een brakke ochtend stiekem niets fijner is dan dat.
- Het uitstelexcuus ‘de kater komt later’ is een pijnlijk ware uitdrukking voor mij. Ik heb namelijk altijd een kater. Er bestaan mensen die nooit hoofdpijn hebben of misselijk zijn the day after, hoeveel ze ook gedronken hebben. Helaas hoor ik niet bij die gelukkige personen en zou ik hen dan ook het liefst in een vuurkorf willen gooien. Ik heb altijd een kater, en daar is de kous mee af.
- De enige echt goede remedie tegen een kater is zorgen dat je zo lang mogelijk slaapt. I feel sorry for people who don't drink. When they wake up in the morning that's as good as they're gonna feel all day zei Frank Sinatra, en je moet toegeven dat daar een grote kern van waarheid inzit. Jammer dat dit hele feest niet door kon gaan vanochtend, omdat ik was vergeten mijn wekker uit te schakelen. Laat me je zeggen dat ik serieus in staat was de man met de hamer een handje te helpen om mezelf te straffen voor deze domme actie. Toen ik opstond om die vervelende telefoon
- Gelukkig viel ik binnen no time weer in slaap en was de volgende verstoring pas vier uur later, om half 12. De huistelefoon ging, en omdat er niemand thuis was vermoedde ik dat het mijn moeder kon zijn. Ik strompelde mijn bed uit (om helaas te constateren dat die kater dus nog niet helemaal was verdwenen, en dat is een understatement) en nam de telefoon ietwat chagrijnig op.
‘Met Marte.’
‘Hallo je spreekt met Josien, zou ik je een paar korte vraagjes mogen stellen voor een onderzoekje over de radio?’
‘Vooruit.’
‘Luister je wel eens naar de radio?’
‘Zelden.’
‘O. Welke radiozender het meest?’
‘Geen idee, waar er geen reclame is.’
‘Echt geen idee welke zender dat is?’
‘Nou ja, ik luister wel eens radio voor het uitgaan, dus naar 538 of zo?’
- Het stemgeluid van het meisje veranderde in een oogopslag in een tevreden stemmetje: ‘Dit is een onderzoek van 538. Ik laat je nu wat korte muziekfragmenten horen, zou je die willen beoordelen met een cijfer van 1 tot 10?’
Zucht. ‘Vooruit.’
- En daar ging ze. Een ‘paar korte’ muziekfragmenten, ammehoela! Ik ben wel tien minuten bezig geweest met dat mens. Ze liet me vooral saaie housefragmenten horen die ik allemaal koppig heb beoordeeld met een 5. Het klinkt voor mij toch allemaal hetzelfde. Het is wel leuk hoor, voor tijdens het uitgaan, maar verder ga ik er in mijn vrije tijd ook echt niet naar luisteren, laat staan het verschil tussen al die genres analyseren. Twee nummers heb ik een 8 gegeven; Fuck You van Lily Allen en Sweet Goodbyes van Krezip. Dat zijn nou eenmaal leuke nummers die ik allebei in mijn iTunes heb staan, en daarom een significant hoger cijfer dan een 5 verdienden. Maar de rest was simpelweg crap en dat mocht dat wijfie best weten.
- Na dit telefoongesprek met toegevoegde waarde aan mijn leven (niet) besloot ik mezelf te dwingen een broodje te eten zodat ik niet zou sterven tijdens het werk. Ik probeerde mijn broodje open te snijden, maar stak dat mes per ongeluk VOL in mijn linkerhand. En nee, ik automutileer niet en ik ben ook geen emo. Het was gewoon een vrij dom ongelukje.
- De klok toonde me de tijd kwart voor 12. Ik kon nog net drie kwartier lekker ouderwets ongestoord Fairly Odd Parents op Nickelodeon kijken vanuit mijn bed, zo net voor het werk. Omdat er op een brakke ochtend stiekem niets fijner is dan dat.
donderdag 7 mei 2009
De onvriendelijke mensheid
11% van de Nederlandse bevolking heeft een universitaire opleiding genoten, volgens cijfers uit 2006. Laten we even stellen dat intelligentie sterk correleert (samenhangt, sorry, als psycholoog in spé wilde ik dit woord er per se ingooien) met opleidingsniveau. Dan zou je dus kunnen zeggen dat ik, als studente, behoor tot de 11% van de Nederlanders met de meeste hersenen (figuurlijk gesproken). Puur hypothetisch gezien natuurlijk.
- Ik, volgens deze aanname ‘lid’ van de intelligentste zoveel duizend (you do the math) mensen van ons land, verdoe per week minstens 10 uur van mijn kostbare tijd aan geld verdienen in de – jawel – supermarkt. Ik weet niet of het onthullen van dit feit gelijk staat aan sociale zelfmoord, in dat geval: ik heb een leuk leven geleid. In welke supermarkt ik werkzaam ben zal ik (voorlopig nog) niet mededelen, ik weet namelijk niet hoe actief deze supermarktketen het internet afzoekt op negatieve zoektermen.
- Hoe dan ook, er zijn duizenden dingen die ik zou kunnen vertellen over het werken in de supermarkt, het zou je verbazen. Dat komt allemaal misschien nog wel in de toekomst, voor nu wil ik jullie alleen wat bijbrengen over mijn visie op de Nederlandse consument. Ik ervaar de Nederlandse consument in de supermarkt namelijk als ronduit vervelend.
- Op zaterdag sta ik eerste kassa. Dan zit je dus op een drukke koopdag, waarop mensen de ‘grote boodschappen’ doen, zeker omdat we op zondag gesloten zijn, te scannen als een malle. ‘Scannen voor het vaderland’ is een uitdrukking die ik regelmatig in de mond neem. Scannen, scannen, scannen, afrekenen, een derde kassa bijroepen en weer scannen. Ik zweer je, caissière zijn wordt onderschat.
- Het probleem is dat ik op vrijdag uitga. En af en toe een drankje drink. En af en toe een drankje te veel drink. Dan zit je je dus met je brakke katerkop de HELE dag rot te voelen en ondertussen moet je ook nog vriendelijk zijn tegen de klant. Ik wil hiermee zeggen dat mijn stemming om te beginnen al niet écht top is.
- Maar waar ik eigenlijk naartoe wil werken is mijn volgende bevinding: de gemiddelde consument is kut. Simpelweg onvriendelijk tegen caissières. Ze zien je als robot, bediende, iemand die zijn werk maar snel moet doen zodat ze weer naar huis kunnen. Een klein beetje vriendelijkheid is toch niet te veel gevraagd? Negen van de tien mensen zijn nors, chagrijnig, verveeld, hebben geen zin in boodschappen doen en zien het als verplichting, kijken me niet eens aan of zuchten, steunen en kreunen. Mensen reageren dikwijls niet op wat ik zeg, negeren je gewoon. Een ander bekend fenomeen zijn de mensen die onverstaanbaar praten, ook behoorlijk irritant. ‘Spaart u koopzegels?’ vraag ik dan, en een gemompel als antwoord. En dan ook nog boos worden als ik het een tweede keer moet vragen. Ook worden klanten vaak kwaad op mij als die stomme computer een aanbieding niet aanslaat en de klant daardoor wel 15 eurocent te veel betaald. Mijn baas heeft de actie dan onjuist in de computer ingevoerd, totaal niet mijn pakkie an. Maar toch krijg ik alle shit over me heen, moet ik weer een leidinggevende erbij roepen, etc. Laatst raakte er een meisje behoorlijk gepikeerd omdat ik om haar ID vroeg terwijl ze 21 was. Kan ik er wat aan doen dat ik als ik iedereen tot 20 jaar op leeftijd moet controleren af en toe een inschattingsfout maak! Echt, je word wel eens gek. Overigens zijn Polen hele makkelijke klanten, ze zeggen niet veel, maar hoeven nooit de bon. Dat ter zijde.
- Heel af en toe, met de nadruk op ‘heel’, komt er iemand voorbij die naar je lacht. Één kleine glimlach, en mijn dag is al gemaakt. In een zeldzaam geval maakt iemand een praatje, dan begin ik helemaal vrolijk te worden. Waarom kunnen er niet meer mensen zo zijn?
- Maar nee, de meerderheid is chagrijnig. Dan zit ik me uit de naad te werken, krijg ik er alleen rotkoppen voor terug. In de erge gevallen wil ik er iets van zeggen.
- ‘Sorry, ik ben aan het werk. Kun je effe… Effe gewoon een klein stukje aan de kant gaan? Want ik zie je de hele tijd en daar word ik een beetje para van. En als ik para word, dan kan ik niet werken, dan moet ik ‘m gewoon spacen. Dus of je gewoon effe… Misschien kun je effe gewoon in het magazijn gaan staan. Dat lijkt mij gewoon echt een – dat lijkt me een heel goed idee. En misschien kun je ook meteen nog even een tosti maken voor mij, Marte, je caissière. Je kent me wel. Ik ben nog bij je moeder thuis geweest. Bloemen mee, bonbons, alles. Maar vandaag doe ik een beetje raar. Ik heb niet geslapen en ik heb d’r geen zin an. En jouw aanwezigheid maakt het er ook niet beter op. Het lijkt bijna een soort van MTV’s Boiling Points. Maar dat is het niet, het is nog pijnlijker. En of je effe op wil teffen. En de fles met jenever even aan wil geven, aan Marte, je caissière.’
- Ik, volgens deze aanname ‘lid’ van de intelligentste zoveel duizend (you do the math) mensen van ons land, verdoe per week minstens 10 uur van mijn kostbare tijd aan geld verdienen in de – jawel – supermarkt. Ik weet niet of het onthullen van dit feit gelijk staat aan sociale zelfmoord, in dat geval: ik heb een leuk leven geleid. In welke supermarkt ik werkzaam ben zal ik (voorlopig nog) niet mededelen, ik weet namelijk niet hoe actief deze supermarktketen het internet afzoekt op negatieve zoektermen.
- Hoe dan ook, er zijn duizenden dingen die ik zou kunnen vertellen over het werken in de supermarkt, het zou je verbazen. Dat komt allemaal misschien nog wel in de toekomst, voor nu wil ik jullie alleen wat bijbrengen over mijn visie op de Nederlandse consument. Ik ervaar de Nederlandse consument in de supermarkt namelijk als ronduit vervelend.
- Op zaterdag sta ik eerste kassa. Dan zit je dus op een drukke koopdag, waarop mensen de ‘grote boodschappen’ doen, zeker omdat we op zondag gesloten zijn, te scannen als een malle. ‘Scannen voor het vaderland’ is een uitdrukking die ik regelmatig in de mond neem. Scannen, scannen, scannen, afrekenen, een derde kassa bijroepen en weer scannen. Ik zweer je, caissière zijn wordt onderschat.
- Het probleem is dat ik op vrijdag uitga. En af en toe een drankje drink. En af en toe een drankje te veel drink. Dan zit je je dus met je brakke katerkop de HELE dag rot te voelen en ondertussen moet je ook nog vriendelijk zijn tegen de klant. Ik wil hiermee zeggen dat mijn stemming om te beginnen al niet écht top is.
- Maar waar ik eigenlijk naartoe wil werken is mijn volgende bevinding: de gemiddelde consument is kut. Simpelweg onvriendelijk tegen caissières. Ze zien je als robot, bediende, iemand die zijn werk maar snel moet doen zodat ze weer naar huis kunnen. Een klein beetje vriendelijkheid is toch niet te veel gevraagd? Negen van de tien mensen zijn nors, chagrijnig, verveeld, hebben geen zin in boodschappen doen en zien het als verplichting, kijken me niet eens aan of zuchten, steunen en kreunen. Mensen reageren dikwijls niet op wat ik zeg, negeren je gewoon. Een ander bekend fenomeen zijn de mensen die onverstaanbaar praten, ook behoorlijk irritant. ‘Spaart u koopzegels?’ vraag ik dan, en een gemompel als antwoord. En dan ook nog boos worden als ik het een tweede keer moet vragen. Ook worden klanten vaak kwaad op mij als die stomme computer een aanbieding niet aanslaat en de klant daardoor wel 15 eurocent te veel betaald. Mijn baas heeft de actie dan onjuist in de computer ingevoerd, totaal niet mijn pakkie an. Maar toch krijg ik alle shit over me heen, moet ik weer een leidinggevende erbij roepen, etc. Laatst raakte er een meisje behoorlijk gepikeerd omdat ik om haar ID vroeg terwijl ze 21 was. Kan ik er wat aan doen dat ik als ik iedereen tot 20 jaar op leeftijd moet controleren af en toe een inschattingsfout maak! Echt, je word wel eens gek. Overigens zijn Polen hele makkelijke klanten, ze zeggen niet veel, maar hoeven nooit de bon. Dat ter zijde.
- Heel af en toe, met de nadruk op ‘heel’, komt er iemand voorbij die naar je lacht. Één kleine glimlach, en mijn dag is al gemaakt. In een zeldzaam geval maakt iemand een praatje, dan begin ik helemaal vrolijk te worden. Waarom kunnen er niet meer mensen zo zijn?
- Maar nee, de meerderheid is chagrijnig. Dan zit ik me uit de naad te werken, krijg ik er alleen rotkoppen voor terug. In de erge gevallen wil ik er iets van zeggen.
- ‘Sorry, ik ben aan het werk. Kun je effe… Effe gewoon een klein stukje aan de kant gaan? Want ik zie je de hele tijd en daar word ik een beetje para van. En als ik para word, dan kan ik niet werken, dan moet ik ‘m gewoon spacen. Dus of je gewoon effe… Misschien kun je effe gewoon in het magazijn gaan staan. Dat lijkt mij gewoon echt een – dat lijkt me een heel goed idee. En misschien kun je ook meteen nog even een tosti maken voor mij, Marte, je caissière. Je kent me wel. Ik ben nog bij je moeder thuis geweest. Bloemen mee, bonbons, alles. Maar vandaag doe ik een beetje raar. Ik heb niet geslapen en ik heb d’r geen zin an. En jouw aanwezigheid maakt het er ook niet beter op. Het lijkt bijna een soort van MTV’s Boiling Points. Maar dat is het niet, het is nog pijnlijker. En of je effe op wil teffen. En de fles met jenever even aan wil geven, aan Marte, je caissière.’
vrijdag 1 mei 2009
Acht handige strandtips
Ik ben afgelopen week in mijn niet-bestaande meivakantie naar Spanje geweest. Nou ja, week, niet overdrijven: kleine midweek. Vijf dagen inclusief twee reisdagen laat dus slechts drie volle vakantiedagen over. Maar goed, ik heb niets te klagen, ik heb namelijk drie dagen lang in mijn mooiste zomerjurkjes kunnen rondfladderen, en dat is me ook wat waard.
- Ik ben af en toe naar het strand van de mooie stad Valencia gegaan, waar ik geheel persoonlijk acht handige strandtips voor jullie heb samengesteld.
1. Op het Spaanse strand heb je verdomd veel last van Afrikanen die je zonnebrillen die binnen twee uur uit elkaar vallen proberen aan te smeren en Thaise vrouwtjes die je dolgraag betaald willen masseren. Je bent nog niet geïnstalleerd of ze komen je al massaal bestoken. Hoe het niet moet: knoop een gesprek met deze verkopers aan. Dit werkt niet bepaald handig, de betreffende verkoper komt namelijk om de zoveel minuten weer terug met een nieuwe poging. Voor een uitgebreide demonstratie: vraag naar mijn broertje Kasper. Hoe het wel moet: lig neer op je handdoek, doe alsof je gestorven bent, verroer je vooral niet en negeer alles.
2. Wat altijd vervelend is als je lekker op het strand ligt: je moet naar de WC. Natuurlijk is er nergens een appetijtelijke WC te bekennen, dus een gouden tip: plas in de zee. Dit had je waarschijnlijk zelf ook kunnen bedenken, maar dat volledig ter zijde. Let erop dat je niet zo’n kop trekt van ‘ah chill, dat lucht op’, maar zet een zo neutraal mogelijk gezicht op. Kijk bijvoorbeeld heel gebiologeerd naar het strand, alsof je daar net een bosaapje zag lopen.
3. Ga alleen naar het strand als de zon schijnt. Dit lijkt een nogal voor de hand liggende aanwijzing, maar schijn kan bedriegen (punten voor deze dubbelzinnigheid). Als je namelijk ’s ochtends wakker wordt en uit je raam een strak blauwe lucht ziet, kun je het briljante idee krijgen om je naar het strand te begeven. Vervolgens ga je hier helemaal met het openbaar vervoer naartoe, lig je daar 15 minuten uitgebreid te zonnen, is plotseling de volledige lucht bewolkt. Alle Spanjaarden in je omgeving lijken hier totaal geen problemen mee te hebben, die zonnen vrolijk verder, maar als Nederlander raak je toch een beetje van je à propos. Na een uur besluit je je biezen te pakken, omdat de zon toch niet lijkt door te breken. Net op het moment dat je je handdoekje hebt opgerold en je rokje weer hebt aangetrokken, schijnt de zon weer. Sikkeneurig plof je weer in het zand, om na een kwartier opnieuw te constateren dat de bewolking is toegeslagen. Dan besluit je definitief om op te stappen, en neem je de bus terug naar het hotel. Daar aangekomen is de lucht weer volledig blauw, maar uit koppigheid ga je niet terug naar het strand. En welja, de zon blijft dan ook gelijk de hele dag schijnen, juist omdat jij besluit toch de stad te gaan bezichtigen. Hier heb ik maar één verklaring voor: karma. Voor meer zelfspot omtrent karma, zie één van mijn volgende blogposts.
4. Hier een kleine beautytip: ga vooral naar het strand als het zo hard waait dat het zand overal opstuift en je nauwelijks meer ongestoord kan relaxen. Dit lijkt inderdaad niet erg comfortabel, en dit is het ook niet. Sterker nog: o-ver-al zit zand. Met name de zandkastelen die zich op je hoornvliezen in je ogen nestelen zijn uitermate vervelend. Maar nu de tip waar het om gaat: je krijgt doordat je je probeert in te smeren met zonnebrandcrème, wat niet echt goed lukt aangezien al het zand op je huid waait, wel een enorm goede natural scrub. Een must-have voor een gezond ogende huid.
5. Nog een leuk idee: creëer tijdelijke tattoos. Dit kun je voor elkaar krijgen door je lichaam helemaal met zonnebrandcrème in te smeren, maar stukjes in de vorm van leuke figuurtjes over te slaan. Zo krijg je een bruine huid, met knalrode bloemetjes, hartjes en sterretjes op je huid. Nadelen hiervan zijn ontiegelijk veel pijn, vergrote kans op allerlei huidziekten en het zit er helaas ook goed in dat je niet perfecte vormpjes krijgt als je maar wat aanpapt, maar toch het proberen waard.
6. Als het strand zó druk is dat je nauwelijks een fatsoenlijk plekje kunt bemachtigen, neem dan je kleine zusje die op haar dertiende nog in de plas-en-poep-fase zit mee. Je zou zeggen dat je je op die leeftijd niet meer druk maakt om aardse zaken zoals scheten en boeren laten, maar mijn kleine zusje moet na elke boer of scheet die ze laat gemiddeld een minuut of tien lachen. Bij vertoning van dit gedrag zullen de mensen in de omgeving snel de benen nemen. O, het is handig om NIET met ditzelfde zusje een kamer in het hotel te delen, ook een kleine tip.
7. Dan nog een handige anti-verveel tip: als buitenlanders gesprekken met je aanknopen, lieg dan vooral over je afkomst. Zeg bijvoorbeeld dat je uit Litouwen (Lithuania) komt, of uit Afghanistan. Voor de jongens: zeg dat het in jouw land is toegestaan om meerdere vrouwen te hebben en wijs naar je huidige vriendin met de mededeling dat zij één van je tien vrouwen is. Schaapachtige blikken en verontwaardigde vriendinnen gegarandeerd. Ga naar mijn moeder voor meer tips wat betreft liegen tegen buitenlanders, zij weet er alles van.
8. En ten slotte: als je naar het strand gaat, zorg dan dat je een man bent. Vrouwen hebben het veel, maar dan ook véél lastiger. Als vrouw draag je een bikini (of badpak), en bikini’s zijn van die kledingstukken die eigenlijk nooit relaxed zitten. Altijd verschuiven ze, onthullen ze per ongeluk delen van je lichaam waarvan je niet wil dat de mensheid ze zien of zitten ze niet lekker. Als je pech hebt vliegt je bikinitopje ook nog eens af als je een wilde duik neemt in de zee. Met zonnen is de bikini ook niet ideaal: trek je ’s avonds een chique shirtje aan om uit eten te gaan, staat er witte streep op je huid die net niet bedekt wordt door je shirtje. Als vrouw bestaat er ook nog zoiets als ongesteld zijn, ook niet ideaal op het strand, zeg maar rustig behoorlijk vervelend. Als man hoef je alleen je zwembroekkie aan te trekken en klaar is Kees. Dus: wees een man als je naar het strand gaat en versimpel de dingen voor jezelf. Dit was de laatste en meest zinloze tip, aangezien je niet van geslacht kan veranderen (oké, technisch gezien wel, maar dit lijkt me niet de moeite voor die paar dagen dat je naar het strand gaat).
Succes.
- Ik ben af en toe naar het strand van de mooie stad Valencia gegaan, waar ik geheel persoonlijk acht handige strandtips voor jullie heb samengesteld.
1. Op het Spaanse strand heb je verdomd veel last van Afrikanen die je zonnebrillen die binnen twee uur uit elkaar vallen proberen aan te smeren en Thaise vrouwtjes die je dolgraag betaald willen masseren. Je bent nog niet geïnstalleerd of ze komen je al massaal bestoken. Hoe het niet moet: knoop een gesprek met deze verkopers aan. Dit werkt niet bepaald handig, de betreffende verkoper komt namelijk om de zoveel minuten weer terug met een nieuwe poging. Voor een uitgebreide demonstratie: vraag naar mijn broertje Kasper. Hoe het wel moet: lig neer op je handdoek, doe alsof je gestorven bent, verroer je vooral niet en negeer alles.
2. Wat altijd vervelend is als je lekker op het strand ligt: je moet naar de WC. Natuurlijk is er nergens een appetijtelijke WC te bekennen, dus een gouden tip: plas in de zee. Dit had je waarschijnlijk zelf ook kunnen bedenken, maar dat volledig ter zijde. Let erop dat je niet zo’n kop trekt van ‘ah chill, dat lucht op’, maar zet een zo neutraal mogelijk gezicht op. Kijk bijvoorbeeld heel gebiologeerd naar het strand, alsof je daar net een bosaapje zag lopen.
3. Ga alleen naar het strand als de zon schijnt. Dit lijkt een nogal voor de hand liggende aanwijzing, maar schijn kan bedriegen (punten voor deze dubbelzinnigheid). Als je namelijk ’s ochtends wakker wordt en uit je raam een strak blauwe lucht ziet, kun je het briljante idee krijgen om je naar het strand te begeven. Vervolgens ga je hier helemaal met het openbaar vervoer naartoe, lig je daar 15 minuten uitgebreid te zonnen, is plotseling de volledige lucht bewolkt. Alle Spanjaarden in je omgeving lijken hier totaal geen problemen mee te hebben, die zonnen vrolijk verder, maar als Nederlander raak je toch een beetje van je à propos. Na een uur besluit je je biezen te pakken, omdat de zon toch niet lijkt door te breken. Net op het moment dat je je handdoekje hebt opgerold en je rokje weer hebt aangetrokken, schijnt de zon weer. Sikkeneurig plof je weer in het zand, om na een kwartier opnieuw te constateren dat de bewolking is toegeslagen. Dan besluit je definitief om op te stappen, en neem je de bus terug naar het hotel. Daar aangekomen is de lucht weer volledig blauw, maar uit koppigheid ga je niet terug naar het strand. En welja, de zon blijft dan ook gelijk de hele dag schijnen, juist omdat jij besluit toch de stad te gaan bezichtigen. Hier heb ik maar één verklaring voor: karma. Voor meer zelfspot omtrent karma, zie één van mijn volgende blogposts.
4. Hier een kleine beautytip: ga vooral naar het strand als het zo hard waait dat het zand overal opstuift en je nauwelijks meer ongestoord kan relaxen. Dit lijkt inderdaad niet erg comfortabel, en dit is het ook niet. Sterker nog: o-ver-al zit zand. Met name de zandkastelen die zich op je hoornvliezen in je ogen nestelen zijn uitermate vervelend. Maar nu de tip waar het om gaat: je krijgt doordat je je probeert in te smeren met zonnebrandcrème, wat niet echt goed lukt aangezien al het zand op je huid waait, wel een enorm goede natural scrub. Een must-have voor een gezond ogende huid.
5. Nog een leuk idee: creëer tijdelijke tattoos. Dit kun je voor elkaar krijgen door je lichaam helemaal met zonnebrandcrème in te smeren, maar stukjes in de vorm van leuke figuurtjes over te slaan. Zo krijg je een bruine huid, met knalrode bloemetjes, hartjes en sterretjes op je huid. Nadelen hiervan zijn ontiegelijk veel pijn, vergrote kans op allerlei huidziekten en het zit er helaas ook goed in dat je niet perfecte vormpjes krijgt als je maar wat aanpapt, maar toch het proberen waard.
6. Als het strand zó druk is dat je nauwelijks een fatsoenlijk plekje kunt bemachtigen, neem dan je kleine zusje die op haar dertiende nog in de plas-en-poep-fase zit mee. Je zou zeggen dat je je op die leeftijd niet meer druk maakt om aardse zaken zoals scheten en boeren laten, maar mijn kleine zusje moet na elke boer of scheet die ze laat gemiddeld een minuut of tien lachen. Bij vertoning van dit gedrag zullen de mensen in de omgeving snel de benen nemen. O, het is handig om NIET met ditzelfde zusje een kamer in het hotel te delen, ook een kleine tip.
7. Dan nog een handige anti-verveel tip: als buitenlanders gesprekken met je aanknopen, lieg dan vooral over je afkomst. Zeg bijvoorbeeld dat je uit Litouwen (Lithuania) komt, of uit Afghanistan. Voor de jongens: zeg dat het in jouw land is toegestaan om meerdere vrouwen te hebben en wijs naar je huidige vriendin met de mededeling dat zij één van je tien vrouwen is. Schaapachtige blikken en verontwaardigde vriendinnen gegarandeerd. Ga naar mijn moeder voor meer tips wat betreft liegen tegen buitenlanders, zij weet er alles van.
8. En ten slotte: als je naar het strand gaat, zorg dan dat je een man bent. Vrouwen hebben het veel, maar dan ook véél lastiger. Als vrouw draag je een bikini (of badpak), en bikini’s zijn van die kledingstukken die eigenlijk nooit relaxed zitten. Altijd verschuiven ze, onthullen ze per ongeluk delen van je lichaam waarvan je niet wil dat de mensheid ze zien of zitten ze niet lekker. Als je pech hebt vliegt je bikinitopje ook nog eens af als je een wilde duik neemt in de zee. Met zonnen is de bikini ook niet ideaal: trek je ’s avonds een chique shirtje aan om uit eten te gaan, staat er witte streep op je huid die net niet bedekt wordt door je shirtje. Als vrouw bestaat er ook nog zoiets als ongesteld zijn, ook niet ideaal op het strand, zeg maar rustig behoorlijk vervelend. Als man hoef je alleen je zwembroekkie aan te trekken en klaar is Kees. Dus: wees een man als je naar het strand gaat en versimpel de dingen voor jezelf. Dit was de laatste en meest zinloze tip, aangezien je niet van geslacht kan veranderen (oké, technisch gezien wel, maar dit lijkt me niet de moeite voor die paar dagen dat je naar het strand gaat).
Succes.
dinsdag 21 april 2009
Meredith versus Marte
Jongens zijn ruk. Nu denk je waarschijnlijk: ‘O god, weer zo’n mannenhatend blog van een gefrustreerd meisje’, maar dat zal wel meevallen, op de lange duur in ieder geval. Hoe het ook zij: mannen zijn rukke figuren en dat lijkt me een mooie inleidende mededeling.
- Een maand of twee geleden werd ik de trotse bezitter van een Ipod Touch, een fijn technisch apparaatje waar ik inmiddels vrij verknocht aan ben geraakt. De internetfunctie bood mij de mogelijkheid om via YouTube alle seizoenen van Grey’s Anatomy, één van mijn favoriete tv-shows te herkijken.
- Toen ik zo’n vijf weken geleden bevestigd kreeg dat mannen inderdaad ruk zijn – mijn hart werd gebroken, om het maar even sensitief uit te drukken – kreeg de protagonist van Grey’s Anatomy, Meredith Grey dit puur toevallig in de serie tevens bevestigd. Ik zat met het herkijken aan het begin van seizoen twee, waar Meredith erachter komt dat haar vriend een vrouw blijkt te hebben. De hufter kiest vervolgens ook nog voor zijn vrouw laat Meredith als dirty mistress achter. Kijk, mijn situatie kwam natuurlijk niet voor de volle 100% met die van Meredith overeen, eigenlijk kwam het niet eens in de buurt, maar toch kon ik me aardig met haar identificeren. Meredith gaf mannen op, en ik besloot hetzelfde te doen.
- Breien ging ze, overal. Thuis, op haar werk, op de WC, in de kroeg, in het openbaar vervoer: ze startte een celibatair leven en breien ging nou eenmaal hand in hand met het celibaat. Deze ontwikkeling in de serie kwam voor mij als een steun om mijn eigen ervaringen te verwerken, dus nam ik een voorbeeld aan dokter Grey en waagde me ook aan het breien. Helaas kwam ik niet verder dan de site www.breien.nl, waar ik constateerde dat er meer bij komt kijken dan breinaalden en wol vasthouden, dus ik hield het op mentaal breien. Geestelijk was ik één met mijn breinaalden.
- Nu, een week of vijf later, ben ik verder gegaan met seizoen drie (het kijken was er een beetje bij ingeschoten door een andere briljante serie, LOST). Tot mijn grote ergernis moet ik tot de conclusie komen dat Meredith, met wie ik me zo verbonden voelde en best friends dacht te zijn geworden, inmiddels niet alleen weer met McDreamy, maar ook met McVet het bed in is gedoken. Ze is overduidelijk minder eenzaam dan voorheen en heeft haar breinaalden links laten liggen. Waar laat dat mij? Ik ben – hoe pathetic ook – nog steeds dezelfde MartyMcKnitting als ik vijf weken terug was. Gebroken, gefrustreerd en breiend. Dan denk je je te kunnen herkennen in een seriepersonage, ligt ze een paar afleveringen later alweer te rollebollen met wat perfecte gasten met gespierde lichamen. Life is unfair.
- Een maand of twee geleden werd ik de trotse bezitter van een Ipod Touch, een fijn technisch apparaatje waar ik inmiddels vrij verknocht aan ben geraakt. De internetfunctie bood mij de mogelijkheid om via YouTube alle seizoenen van Grey’s Anatomy, één van mijn favoriete tv-shows te herkijken.
- Toen ik zo’n vijf weken geleden bevestigd kreeg dat mannen inderdaad ruk zijn – mijn hart werd gebroken, om het maar even sensitief uit te drukken – kreeg de protagonist van Grey’s Anatomy, Meredith Grey dit puur toevallig in de serie tevens bevestigd. Ik zat met het herkijken aan het begin van seizoen twee, waar Meredith erachter komt dat haar vriend een vrouw blijkt te hebben. De hufter kiest vervolgens ook nog voor zijn vrouw laat Meredith als dirty mistress achter. Kijk, mijn situatie kwam natuurlijk niet voor de volle 100% met die van Meredith overeen, eigenlijk kwam het niet eens in de buurt, maar toch kon ik me aardig met haar identificeren. Meredith gaf mannen op, en ik besloot hetzelfde te doen.
- Breien ging ze, overal. Thuis, op haar werk, op de WC, in de kroeg, in het openbaar vervoer: ze startte een celibatair leven en breien ging nou eenmaal hand in hand met het celibaat. Deze ontwikkeling in de serie kwam voor mij als een steun om mijn eigen ervaringen te verwerken, dus nam ik een voorbeeld aan dokter Grey en waagde me ook aan het breien. Helaas kwam ik niet verder dan de site www.breien.nl, waar ik constateerde dat er meer bij komt kijken dan breinaalden en wol vasthouden, dus ik hield het op mentaal breien. Geestelijk was ik één met mijn breinaalden.
- Nu, een week of vijf later, ben ik verder gegaan met seizoen drie (het kijken was er een beetje bij ingeschoten door een andere briljante serie, LOST). Tot mijn grote ergernis moet ik tot de conclusie komen dat Meredith, met wie ik me zo verbonden voelde en best friends dacht te zijn geworden, inmiddels niet alleen weer met McDreamy, maar ook met McVet het bed in is gedoken. Ze is overduidelijk minder eenzaam dan voorheen en heeft haar breinaalden links laten liggen. Waar laat dat mij? Ik ben – hoe pathetic ook – nog steeds dezelfde MartyMcKnitting als ik vijf weken terug was. Gebroken, gefrustreerd en breiend. Dan denk je je te kunnen herkennen in een seriepersonage, ligt ze een paar afleveringen later alweer te rollebollen met wat perfecte gasten met gespierde lichamen. Life is unfair.
Abonneren op:
Posts (Atom)